26 april 2021

Ondanks mijn aanvankelijke weerstand tegen ADHD-medicatie besloot ik het, in navolging van twee vrienden die er recent goede ervaringen mee hadden, toch maar eens een kans te geven. Sinds mijn diagnose twee jaar geleden heb ik mijn modus grotendeels gevonden, maar soms is er nog die sneeuwbal die aan het rollen gaat. Wellicht blijkt de medicatie een hulpmiddel en als het me totaal niet bevalt kan ik mijn weerstand in ieder geval onder woorden brengen. Twee weken lang slik ik dagelijks drie tabletten Ritalin (10 mg; een bescheiden dosis) en doe ik in dit Ritalin report verslag van mijn bevindingen.

Had ik iets in mijn hoofd, dan moest het. Meteen ook. Veelal gedreven vanuit onrust: als ik niet lekker in mijn vel zat, zocht ik de oplossing vaak extern. Met nog meer onrust als gevolg. Zo had ik het idee opgevat dat we moesten verhuizen: opeens vond ik ons huis niet ruim genoeg meer. Er was te weinig groen in de omgeving, ik moest de drukte uit. Alleen de nadelen zag ik nog. En die problemen moest ik oplossen, daarna zou het goed zijn. In mijn hoofd was ik al een karakteristieke villa in het groen op fietsafstand van het stadscentrum aan het bezichtigen. Dat dat niet matcht met ons bescheiden budget, was een probleem dat ik later zou oplossen. We moesten weg hier, en wel direct. 

Het was de Ritalin die ervoor zorgde dat die storm is gaan liggen en ik de mooie kanten van ons huis, dat op een prachtige locatie ligt, weer zag. Het was niet een groter aantal vierkante meters, maar ruimte in mijn hoofd waar ik naar snakte.

Onder de tv hing een wirwar aan kabels waar ik me al maanden aan ergerde. Ik bestelde klemmetjes en een kabelgootje. Vaak weet ik niet waar te beginnen aan zo’n klus. Een teveel aan keuzes slaat me lam: welke kleur, welk materiaal, hoe lang, hoe breed, recht of rond? Resultaat: er komt geen kabelgootje. Ook bij minder triviale zaken speelt vaak hetzelfde proces zich af. De medicatie maakt dat ik ideeën moeiteloos in acties omzet. En dat ik de energie ervoor heb; overdag verspil ik minder energie aan al die gedachten die normaliter de ganse dag tegelijk tegen mijn schedel klotsen. Ik kom fris en opgewekt in plaats van afgepeigerd thuis.

Er gaan horrorverhalen rond over emotionele afvlakking bij Ritalin-gebruik. Ik heb dat niet ervaren. Integendeel: zelden ben ik me zo bewust van hoe ik me voel. De ene dag doet de medicatie me daarin meer goed dan de andere: het is nog even zoeken naar het juiste gebruik. Ik schrok toen ik begon te haperen in meetings. Ik hakkelde in spraak en kon de woorden niet meer vinden. De tijd tussen twee pillen bleek iets te lang waardoor de rebound ruimte kreeg. Met een iets compacter slikschema was dat opgelost.

Er waren meer redenen waardoor ik er aanvankelijk niet aan wilde. De vrees er afhankelijk van te worden. Maar zoals veel ADHD’ers houd ik er met soms iets teveel biertjes al jarenlang een structurele dosis zelfmedicatie op na. Da’s ook niet onafhankelijk, hè. Ik vreesde voor mijn creativiteit: een collega-schrijver zag zijn pen erdoor opdrogen. Bij mij werkt het exact andersom: het lukt me beter mijn ideeën te filteren en ze vervolgens uit te werken. De ruis is weg.

Ik zie ADHD (nog altijd) als iets dat niet gefixt hoeft te worden. Medicatie gebruiken voelde als toegeven dat er met mijn brein iets mis is. Dat het afwijkt (van de norm) is wetenschappelijk bewezen, maar ik vind dat de verantwoordelijkheid bij ons als gehele samenleving ligt om die norm op te rekken en ruimte te creëren voor de ander (en niet alleen bij ADHD). In mijn geval helpt het dat ik nu eindelijk de juiste handleiding te pakken heb en die zou ik het liefste zonder medicatie toepassen. Ik verwachtte dat medicatie een hulpmiddel kon zijn om die handleiding te leren toepassen, maar ik moet toegeven: het doet meer dan dat.

Woensdag heb ik het gesprek met mijn psychiater waarin we de testfase evalueren. Ik zal hem zeggen dat het me beter is bevallen dan ik verwachtte en dat ik graag verder onderzoek wat het brengt op de lange termijn. Ik vind het te vroeg om te stellen dat dit de modus wordt (misschien schrijf ik binnenkort wel een dexamfetamine-dagboek of concerta-correspondentie). Ik vind het ook te vroeg om te stellen of ik structurele medicatie wil of af en toe gericht. Intussen gaat de coaching door, ik geef het graag wat tijd. Ik ken in elk geval dit nieuwe perspectief nu, ik heb ervaren dat er kabelgootjes zijn.

22 april 2021

Ondanks mijn aanvankelijke weerstand tegen ADHD-medicatie besloot ik het, in navolging van twee vrienden die er recent goede ervaringen mee hadden, toch maar eens een kans te geven. Sinds mijn diagnose twee jaar geleden heb ik mijn modus grotendeels gevonden, maar soms is er nog die sneeuwbal die aan het rollen gaat. Wellicht blijkt de medicatie een hulpmiddel en als het me totaal niet bevalt kan ik mijn weerstand in ieder geval onder woorden brengen. Twee weken lang slik ik dagelijks drie tabletten Ritalin (10 mg; een bescheiden dosis) en doe ik in dit Ritalin report verslag van mijn bevindingen.

Het was 07:02 en ik vroeg me af of ik al een pil mocht. Omwille van de routine had ik acht uur met mezelf afgesproken. Om 07:30 stelde ik mezelf opnieuw de vraag. Mag het al? Het was kwart voor acht. En: is dat spul verslavend?

Om kwart over acht vertrek ik per fiets langs het achterpad om dochterlief schoolwaarts te brengen. Steevast komen we een achterbuurman tegen, die op hetzelfde tijdstip naar zijn werk vertrekt. Gewoonlijk zeggen we hallo, valt er een stilte en wensen we elkaar bij het scheiden van onze wegen een fijne dag. Nu knoopte ik een gesprekje over triviale zaken aan. ‘Papa,’ zei mijn dochter na een paar minuten, ‘we moeten gaan, anders kom ik te laat.’

De bijwerkingen kwamen, de eerste dagen. Lichte kloppingen, borrelende buik. Dit is waarover ik gelezen had en waarvan de psychiater zei: ‘Je lijf moet even wennen, laat je daar niet direct door tegenhouden.’ 

Er was een dag dat ik de tweede pil van de dag iets te vroeg nam. Mijn rillende lijf voelde vreemd. Tijdens een wandeling naar de supermarkt vroeg ik me af of mensen dat aan me konden zien. Een gezwollen tong en een uitgedroogde muil; het kostte me veertig minuten twee broodjes door die muffe tunnel te manoeuvreren.

De derde pil van de dag liet ik schieten. Die avond werd ik geïnterviewd tijdens een stream en ik vond het effect van de medicatie nog te onvoorspelbaar om er live mee te gaan. Ik zag collega-makers me voorgaan in de uitzending en werd door onzekerheid overmand. Had ik toch niet beter een pil kunnen nemen? Het interview ging prima, zou later blijken. Toch werd ik binnenskamers murw geslagen door niet helpende vragen: had ik het niet beter zo kunnen zeggen? Was dat grapje wel leuk? Was dat verhaal niet te warrig? Ik twijfelde harder aan mezelf dan gewoonlijk. Was dit het rebound-effect?

De fysieke bijwerkingen ebden weg na een dag of drie. De vraag of dit spul gezond is nog niet. Intussen neem ik er initiatief door. Zoek ik contact, voel ik me ontspannen. Het neemt ballast en remmingen weg, zoals biertjes dat ook doen. Mijn hoofd kan er even door uit en dat voelt zó fijn. Ik kon me daar eerder niets bij voorstellen. Ik stond altijd aan en dat bracht me mooie dingen. Maar lang kon ik daar niet van genieten: ik ging dwangmatig door naar het volgende. Er was altijd iets beters, een hogere lat, te bereiken. De Ritalin staat die mooie dingen niet in de weg, maar geeft me tussenruimte. Ik voel, ik ontspan, ik geniet.

En tevens de vrees voor afhankelijkheid: wil ik nog wel naar het oude terug?


 

Het lukt me nu beter met aandacht bij dingen stil te staan, ze te laten gebeuren. Had ik dat een paar jaar eerder gedaan, hadden Royal en ik heel Vera niet hoeven te schrijven.

18 april 2021

Ondanks mijn aanvankelijke weerstand tegen ADHD-medicatie besloot ik het, in navolging van twee vrienden die er recent goede ervaringen mee hadden, toch maar eens een kans te geven. Sinds mijn diagnose twee jaar geleden heb ik mijn modus grotendeels gevonden, maar soms is er nog die sneeuwbal die aan het rollen gaat. Wellicht blijkt de medicatie een hulpmiddel en als het me totaal niet bevalt kan ik mijn weerstand in ieder geval onder woorden brengen. Twee weken lang slik ik dagelijks drie tabletten Ritalin (10 mg; een bescheiden dosis) en doe ik in dit Ritalin report verslag van mijn bevindingen.

Om 4:07 schoot ik wakker. Ik voelde mijn tenen tintelen en wist dat ik de slaap niet meer vatten zou. De bonenmaler van de espressomachine zou de rest van het gezin wakker maken, maar ik wist achter in de kast nog een doosje oploskoffie te staan. Ik vond geen datum op het zakje, maar wat zou het. Er zou vandaag wat sterker spul mijn lijf in gaan. 

Het doosje gleed opnieuw door mijn handen. ‘Gebruik geen alcohol’, meldt de waarschuwingssticker. Ik rekende uit hoe laat ik aan het bier kon als ik om 06:00 de eerste pil zou slikken. Vanaf 05:50 keek ik gedrogeerd naar de klok, om ergens in die tien minuten de aandacht te verliezen. Om 06:05 bekeek ik het tabletje van alle kanten. Het spul slikte makkelijker weg dan de voedingssupplementen die ik eerder probeerde. De stap is gezet: vanaf hier heb ik nooit meer géén medicatie gebruikt.

Vol verwachting zat ik op de bank, maar een duidelijk begin is er niet geweest. In mijn lijf nam ik geen voelbare mutaties waar, tot ik een verschil in mijn gedrag opmerkte. Met mijn zoontje speelde ik voor de derde keer op rij Brandweerman Sam-memory. Geduldig stond ik toe dat hij af en toe een kaartje bekeek en weer teruglegde om vervolgens pas écht aan zijn beurt te beginnen. Ik zag hem de beelden registreren. Intussen dacht ik niet aan de afspraak bij de notaris, niet aan de grote deadline die ik die middag moest halen en niet aan alle andere dingen die ik had kunnen doen in plaats van dit spelletje. Nondeju; is dat die pil?

Bijwerkingen voelde ik nog niet. Het gedachtengordijn dat ik steeds met me meedraag, leek opgetrokken. Als de boekentas die ik als brugwup na een lange fietstocht van mijn rug wierp. In de buurtapp, waarin ik me doorgaans koest houd, reageerde ik met een woordgrap op een bericht van een buurman. Er werd gelachen. Ik maakte er nog een.

Ook buitenshuis zag ik mezelf wat opener worden. In de hal van het verzamelgebouw waar ik kantoor houd, knoop ik een gesprekje aan met een huurder van een andere verdieping. Normaliter ben ik daar, geremd door allerhande gedachten en los van een welgemeend hallo, terughoudender in.

Als dit het resultaat blijft, wat was mijn aanvankelijke weerstand dan waard? Ik hoopte antwoorden uit deze testperiode te halen. Ik hoopte misschien zelfs dat het me totaal niet zou bevallen, zodat ik mijn perspectief niet opnieuw had hoeven bevragen.

Ik zette me schrap voor de bijwerkingen die volgen moesten.


 

Eerder maakte ik een liedje over ADHD; de lyric video vind je hier.

16 april 2021

Ondanks mijn aanvankelijke weerstand tegen ADHD-medicatie besloot ik het, in navolging van twee vrienden die er recent goede ervaringen mee hadden, toch maar eens een kans te geven. Sinds mijn diagnose twee jaar geleden heb ik mijn modus grotendeels gevonden, maar soms is er nog die sneeuwbal die aan het rollen gaat. Wellicht blijkt de medicatie een hulpmiddel en als het me totaal niet bevalt kan ik mijn weerstand in ieder geval onder woorden brengen. Twee weken lang slik ik dagelijks drie tabletten Ritalin (10 mg; een bescheiden dosis) en doe ik in dit Ritalin report verslag van mijn bevindingen.

Twee doosjes, iets verschillend in formaat. Op het kleinste zit een waarschuwingssticker, met de boodschap dat de inhoud het reactievermogen kan beïnvloeden. De dame aan de balie had ze voor me neergelegd en het werk op haar computer hervat. ‘Heeft u er nog vragen over?’ vroeg ze, terwijl ik de afweging of er nog iets volgen zou, starend aan het verwerken was. Ik voelde me dat jochie van zestien, voor het eerst, zenuwachtig, aan de balie van de coffeeshop. Nee hoor, zei ik. Het lukt wel. Ik verwonderde me minsten zo over de achteloosheid waarmee het product werd uitgeserveerd als over het feit dat ik dit ging doen.

Aanvankelijk had ik me ertegen verzet. ‘ADHD,’ zo stelde de coach van mijn afgelopen traject, ‘is niet iets dat gefixt hoeft te worden.’ Ik kon me daar volledig in vinden. Het traject, dat buiten mijn zorgverzekering viel, is een jaar geleden naar tevredenheid afgerond, maar nu oude routines de kop opsteken is er geen werkgever meer die de kosten voor me dekt. Voor de ADHD’er valt in deze samenleving nog veel te winnen. Aan beeldvorming en aan ruimte. Veel hulpverlening vertrekt vanuit het gegeven dat een afwijking gelijk staat aan een stoornis, maar daar heb ik, evenals diverse onderzoekers en hoogleraren, ernstige twijfels bij. Zoals Paul Verhaeghe bijvoorbeeld zegt (ik parafraseer hier even hoe ik het me naar eer en geweten herinner): Dat ADHD als stoornis wordt gezien, illustreert dat wij als samenleving niet goed kunnen omgaan met afwijkend gedrag. Die uitspraak maakt me strijdbaar, maar die strijd maakt me vermoeid soms. Moe van mezelf, moe van het vermoeien van mijn omgeving. Drie maal daags een pilletje om die boog wat te laten vieren; kom maar door. Maar met die tabletjes komt direct de vraag wat de gele trui nog waard is.

Omdat hij het ADHD-onderzoek niet had gedaan, baseerde de psychiater zich vooral op mijn wensen. De man, bijna van pensioengerechtigde leeftijd, hield de toon zakelijk en vluchtig. Op het verloop van zijn dag zou de uitkomst van dit gesprek geen vat krijgen. ‘Ik heb het immers maar van horen zeggen’, legde hij uit. Ik gaf wat antwoorden die ‘over stemming’ gingen. Ik keek naar mijn psycholoog, die ook aanwezig was. Ze herhaalde wat de psychiater zei, en vertelde me dat uitproberen geen kwaad kon. ‘We kunnen kijken of je er voordeel bij hebt. En anders stoppen we er gewoon weer mee’, vulde de psychiater aan. De psycholoog zette intussen uiteen hoe mijn therapie eruit zou zien. ‘Want,’ zei de psychiater, ‘het geneest niks.’ Verderop in het gesprek zou ze naar mijn agenda en to-do-lijst kijken en zeggen dat ik dagelijks wel erg veel vraag van mezelf.

Anderhalf uur na het gesprek, een mail van de apotheek: uw recept kan worden afgehaald. Ik nam mijn paspoort mee om me te identificeren, maar daar werd niet naar gevraagd. De volgende dag zou ik beginnen.


 

Eerder maakte ik een podcast over ADHD; die vind je (o.a.) hier.

8 december 2020

Op het mooie platform Juiststraks.nu worden mensen met goede voornemens (volhouders) gekoppeld aan kunstenaars, die als ‘geweten’ een steuntje in de rug maken om het voornemen vol te houden. Ik mocht wat maken voor Orchida, die zich voornam om iedere dag te lezen, omdat ze het lastig vindt er een gewoonte van te maken, er ligt immers altijd werk op de loer om door weggedreven te worden. Ik maakte voor haar het miniboekje Tien tips om iedere dag te lezen.

Tien tips om iedere dag te lezen

1.

Lees veel.

2.

Turf het aantal koppen in nieuwsapps waarop je na het lezen niet had willen klikken en concludeer dat je zeker niet te weinig leest. Turf tevens in hoeveel van de gevallen dat een bewuste keuze is geweest.

3.

Mijd ingrediëntenlijstjes op luchtverfrisseretiketten tijdens het poepen, koop een moppenboek of, desnoods, een gedichtenbundel.

4.

Bezoek (op zoek naar die moppenboeken) kringloopwinkels en antiquariaten; verzamel uitgaven die welke geschiedenis dan ook beschrijven. Druk ze in de hand bij mensen die in openbare ruimtes in hun telefoon verzonken zijn. Schreeuw: “Hier heb je tijdlijnen!” Masseer daarop hun zere pols. Bij onbegrip verwijs je naar het startpunt van dit stappenplan.

5.

Reageer in groepsapps louter met (plaatjes van woordgrappen of) links naar ‘filosofische publicaties voor een breder publiek’. Het zal je niet populair maken in de desbetreffende groepsapp. Of dat van belang is, is een filosofische publicatie voor een breder publiek waard. En anders: bij onbegrip verwijs je naar het startpunt van dit stappenplan.

6.

Stuur Insta-influencers een exemplaar van Dante’s Goddelijke Komedie en voorzie het van een begeleidend schrijven waarin je ze verzoekt een unwrapping video te maken danwel in stories de moedeloosheid te vangen die tijdens het lezen van het taaie epistel in hun ogen zal verschijnen. Bij onwil verwijs je naar het startpunt van dit stappenplan.

7.

Vraag winkels hun reclameborden danwel aanbiedingenfolders voor zich te houden; loos de loze letters. Just do it. Make it happen. We all benefit ervan. Bouw een blijf-van-mijn-tijdhuis. Bij onbegrip vraag je of ze de bundel van Marco Martens verkopen en vervolgens verwijs je, wanneer ze klaar zijn met fronsen, naar het startpunt van dit stappenplan.

8.

Stuur makers van lijstjes met tien tips om een doel te bereiken zoveel mogelijk quotes uit artikelen die stellen dat het leven niet zo doelgericht zou moeten zijn. Bij onbegrip verwijs je naar het startpunt van dit stappenplan.

9.

Beantwoord zakelijke mail steevast met (niet meer dan) een gedicht; ons communiceren verloor haar hart op economische gronden. Neem je verlies, als we niet al verloren zijn; slechts de liefde kan ons redden. Bij onbegrip verwijs je naar het startpunt van dit stappenplan.

10.

Maak geen tijd vrij; eis tijd terug, die anderen je afpakken of opslokken (tenzij uit liefde, ontspanning, lust of genot). Lees veel en vooral tussen de regels door. Loos de loze letters en vervang ze door een mooiere gewoonte. Bij onbegrip verwijs je naar je hart. Je legt je voeten op de tafel en verdwijnt naar waar je wil.

26 november 2019

Tien jaar geleden, tijdens mijn eerste stage als docent, zette ik Alice de klas uit. Alice had ADHD. Ze was druk en zat de orde (waar ik zo mee worstelde) in de weg. Na schooltijd gingen we in gesprek en dat werd een van mijn belangrijkste lessen. Voor VPRO Tegenlicht schreef ik haar een open brief.

Alice,

Wat de juffen over mijn dochter zeggen, geldt ook voor jou: je bent intens. Je energie, all over the place en je moeite met ‘nee’.

Uiten is zo makkelijk niet; uitbarsten wel. Je leerde hoe je armen kruist, een vuist vormt en boos kijkt als jij je niet begrepen voelt. Dit zet je vaak in.

En ik probeerde je te begeleiden. Maar: anticiperen is zo makkelijk niet; corrigeren wel. Zeker op een allereerste stage als docent met nog wat grove mankementen aan mijn klassenmanagement.

En beiden vechten we voor ruimte, één waar we lichtjes op kunnen hangen. Ruimte waarin onze plannen passen. Maar ik heb voor jouw vechten soms geen tijd, want: 31 andere leerlingen en okselzweet. Ik zie het regelmatig uit mijn vingers glippen.

Dus: houd je mond, Alice. Klets niet; geef geen weerwoord. Ik dreigde iets te snel met een verwijzing naar de rector, dus wat denk je? Jij bleef zoeken naar de grens. En toen moest ik wel consequent zijn.

Kijk, wij varen wel bij kaders, maar hebben ruimte nodig. Meer dan strenge vaders. Buiten de norm, want onze motor dreigt verkeerd gebruikt te worden. Maar door te begrijpen hoe die werkt en met het juiste onderhoud heb ik de overtuiging óók vooruit te komen.

Wij gingen in gesprek. Ik voelde voor het eerst: ja, dit is de docent die ik wil zijn. Omdat jij voelde: hij ziet geen leerling, hij ziet mij. Geef mij eens inzicht, zei ik. De volgende dag kwam je binnen met drie grote boodschappentassen vol snoeren met knipperlichtjes. Die hing je kriskras door de klas. Je stak de stekker in het stopcontact en zei: dit is mijn hoofd.

En ja, daar moet je wel iets mee. Of nee, wij moeten hier iets mee. Wij docenten, wij vaders, wij mensen die de knipperlichtjes terug in de tassen willen stoppen.

Wij die zonnebrillen willen geven, of een pilletje dat alle lichtjes dooft. We kunnen kijken waar de lichtjes in de ruimte passen. Hoe je ze vasthoudt, en af en toe uitzet. Maar zet ons nooit de klas uit, het is donker op de gang.

Dus sorry, Alice, dat ik boos werd. Ik zie de lichtjes ook. Ik hoop dat je de spanning en de ruimte vond. Je was mijn spiegel als docent en als mens. Zo’n mooie grote, weet je wel, met van die mooie knipperlichtjes rondom.

21 oktober 2019

Twee jaar geleden liep ik voor het eerst vast: ik staarde twee uur naar een zwart scherm en kreeg niets meer uit mijn vingers. Een coach hielp me weer op de rit, om vervolgens in dezelfde valkuil te lopen. Gesprekken met een psycholoog leidden tot een ADD-diagnose. Het was de aftrap van een jaar vol interessante inzichten.

Per brief ontving ik van PsyQ een uitnodiging voor een onderzoek om te kijken bij welke dosering dexamfetamine ik gebaat zou zijn. Er stond een telefoonnummer vermeld voor als de datum niet schikte. De vrouw die opnam beloofde me een nieuwe brief met een datum en een tijdstip toe te sturen. Ter plaatse de agenda trekken, bleek niet mogelijk. De datum op de nieuwe brief kwam opnieuw niet uit. 

Eigenlijk kwam geen enkele datum uit: hoe concreter dit traject werd, hoe harder mijn weerstand groeide. Ik heb me het afgelopen jaar aardig verdiept in ADHD en de plek die het in onze samenleving heeft en ik heb steeds meer de overtuiging dat niet de werking van mijn brein het probleem is. En dat er met medicatie dus ook niet zoveel te genezen valt.

Dat brein functioneert namelijk uitstekend, vind ik. Ja, ik loop tegen dingen aan. En hard ook, soms. In de afgelopen twee jaar zat ik drie keer tegen overspannen aan; één van die keren leidde het tot een paniekaanval. Een maand nadat ik in een single betoogde dat ik mijn ADD niet als stoornis zie, werkte ik mezelf weer letterlijk naar de kloten: na twee shows moest ik een serie van veertien try-out-voorstellingen in een weekend afbreken omdat ik op mijn tandvlees liep en de airco van de theaterwagen letterlijk de genadeklap gaf. Mijn stem deed niets meer.

Misschien zat die maand ook wel iets te vol met het opnemen van een album, het afmaken van die voorstelling, het afronden van het schooljaar op de Herman Brood Academie en het maken van een podcastserie (over ADHD, nota bene). En misschien had ik nee moeten zeggen tegen die grote schrijfklus die diezelfde maand binnenkwam en waarvoor ik direct aan de bak moest. Maar het probleem is: alles is tof. En alles moet perfect.

En daar zit de crux. Zou ik medicatie gebruiken, is de kans groot dat ik bovenstaande een volgende keer voorkom. Maar ik betwijfel of mijn ADD er de oorzaak is. Ik geloof dat niet het reageren vanuit een impuls het probleem is, maar het perfectionisme waarmee ik het vervolgens uitwerk. Gevolgschade, noemt Cathelijne Wildervanck van ADHD-centrum Nederland dat: https://www.youtube.com/watch?v=ixpi9tADH0s.

Kort gezegd: waar ik diep van binnen linksom wil, leerde ik in veel situaties toch voor het sociaal wenselijke rechtsom te gaan. Ik leerde als kind dat ik in groepen sociaal moet zijn. Terwijl ik me liever op de achtergrond houd. Maar toch: doe lekker mee, Marco, zeiden de meesters en juffen dan. En je merkt dan: dit gedrag wordt meer gewaardeerd, dus ik doe het maar zoals het hoort.

Een recenter voorbeeld: iedere theatermaker gaat door een periode van zoeken en proberen voordat een voorstelling helemaal uitgebalanceerd is. Maar al die makers zijn in mijn ogen beter, verder, socialer, leuker en bekender dan ik, dus mijn try-out moet direct op topniveau zijn en ik ga het mezelf enorm kwalijk nemen als dat niet lukt. Mijn hoofd zit vol met dat soort ruis. Je kunt dan de impuls aanpakken (waardoor ik misschien nee zeg tegen de opdracht) of de gevolgschade (waardoor ik ja zeg tegen de opdracht maar ‘m op realistische wijze kan uitvoeren zodat er ook gewoon ruimte is voor de andere opdracht die er lag).

Het feit dat mijn brein anders functioneert, is dus het probleem niet. Ik pas er dan ook voor om het scheikundig te manipuleren. Ik ga, samen met ADHD-Centrum Nederland, aan de slag om die gevolgschade terug te dringen. ‘Van hoe het hoort naar wat wel werkt’, noemen ze dat daar. Je brein de ruimte geven om op eigen wijze te functioneren. Mocht je daar meer over willen lezen, dat kan hier.

De inzichten die ik het afgelopen jaar kreeg, zijn al een tijdje beschikbaar. Zo trok hoogleraar Paul Verhaegh de aanduiding ‘stoornis’ voor ADHD al in 2009 in twijfel. Friso Vermeulen vertelt op dekrachtvanadhd.nl o.a. over Lto3; een voedingssupplement dat in Canada al wordt ingezet als alternatief voor Ritalin en Cathelijne Wildervanck geeft met allerhande modellen al jarenlang inzicht in hoe je óók naar ADHD kunt kijken.

De belangrijkste inzichten die ik kreeg kwamen van niet de huisarts, niet van de psycholoog en ook niet van mijn behandelend arts bij PsyQ. Ik moest zelf op onderzoek uit en heb veel gehad aan de input van bijvoorbeeld Joost, die ik voor mijn ADHD-podcast sprak. En dáárom deel ik dit; dáárom vind ik die ADHD Awareness Month zo belangrijk.

Dat ik me hard maak voor een alternatief, betekent overigens niet dat ik tegen ADHD-medicatie ben, er zijn genoeg mensen die er goed bij gedijen. Ik pleit voor keuze, voor alternatieven. Die óók vergoed worden door de verzekering. Want de rekening voor die training om de gevolgschade terug te dringen, betaal je uit eigen zak (of uit de zakken van je werkgever).

‘Je bent in ieder geval goed bezig je te verdiepen in de materie en keuzes maken’, mailde mijn behandelaar bij PsyQ, toen ik hem verzocht het traject stop te zetten. ‘Dus wat mij betreft kan je dossier gesloten worden.’ Ik kan mijn tijd uitstekend gebruiken om me verder onder te dompelen in de wereld van ADHD, dus da’s maar goed ook.

 

6 december 2018

Het ging nochtans 35 jaar goed, al had ik vaker wat klachten gehad die naar overspanning hintten. Mijn hoofd verzamelt drukte, maar doseren kan het niet. Het was op de vierde speeldag van een theaterfestival deze zomer dat ik tijdens één van de voorstellingen sterretjes zag, alles op alles zette om niet nokkie te gaan tijdens de show en nadien maar een uurtje achter de tent ben gaan tukken. Daarna ging het wel weer.

Tegen twaalven zaten we op een terras. Iedereen ouwehoerde; ik wiebelde onrustig. Stelde voor om naar een andere plek te gaan, waar het minder druk was en waar we makkelijker bier zouden kunnen bestellen. Oog voor dat iedereen wel prima zat, had ik niet. ‘Misschien moet je hier wat mee, maat,’ zei Just. ‘Je hebt er last van.’

Een jaar daarvoor was ik naar een coach geweest. Met tegenzin had ik een aantal projecten geschrapt, maar daar waren in no time nieuwe voor in de plaats gekomen. Allemaal toffe dingen; dat voelt niet als werk. En hoewel het organiseren en structureren van projecten me niet zo ligt, kan ik dat ook niet goed uit handen geven. Dus ging ik door. En door. Tot hier op dit terras, waar ik ook weer prikkels zocht. Door wilde, terwijl dat niet kon. Misschien had Just gelijk.

ADHD, luidde afgelopen week de diagnose na een serie gesprekken en onderzoeken bij de psycholoog. En dat op mijn zesendertigste. Niet de fysiek drukke vorm, overigens, maar hyperactief in het koppie. Ik vond een verklaring voor het een en ander: de constante drang om al die projecten (tegelijk) te doen; het snelle verveeld zijn; geen aandacht kunnen opbrengen voor minder interessante zaken (mijn boekhouder zal dat beamen); vaak terug moeten komen op te snel gemaakte beslissingen; impulsiviteit.

Maar ook: impulsiviteit; snel kunnen schakelen; associatief werken; in staat zijn om creatieve oplossingen te bedenken en al die toffe projecten waar ik me de afgelopen decennia in heb gestort. De route had minimaal vier niet afgemaakte opleidingen efficiënter gekund – dat had me een aardige studieschuld gescheeld – maar zoals Just in een appje treffend omschreef: ‘Op een rechte weg zie je minder. Of leer je minder goed sturen.’ Ik heb ook een fijne carrière kunnen opbouwen en zou niet willen dat het anders was.

Er valt veel op z’n plek. Deze uitkomst geeft me inzicht, maar betekent niet dat ik minder ga schrijven; minder projecten ga doen. Ondersteuning accepteren in het organisatorische gedeelte, dat ik tot nu toe moeilijk uit handen gaf; dat wel. De volgende keer dat iemand zegt dat het zó knap is, dat improviseren, zal ik lachend antwoorden: ‘het is mijn aandachtsstoornis.’ De inkt had ik al, het stempel nu ook. Maar: stempels zijn voor op papier. In de praktijk blijf ik lekker buiten de lijntjes spelen.