Menu Sluiten

Whatever you want

🖊️: Marco Martens | 🎨: Klim van de Laarschot

Onlangs overleed Alan Lancaster, de oprichter van de jaren ’60-rockband Status Quo. De meesters van de muzikale eenvoud werden ze genoemd. Een van hun grootste hits is Whatever you want: zo’n typisch nummer waarvan Top 2000-luisteraars de eerste twee regels van het refrein enthousiast meezingen en de rest fonetisch meehummen.

Whatever you want. Het zou de slogan van de kabinetten Rutte geweest kunnen zijn. De Nederlandse droom. Alles maakbaar, succes aan niets of niemand anders te danken dan jezelf. Met een ministerspost op je CV word je jubelend binnengehengeld door het  lobby-cicruit. Als je het tot minister-president weet te schoppen, wordt het helemaal mooi. Moties van afkeuring laat je langs je heen glijden, critici laat je sensibiliseren of ontslaan. Je kunt doen whatever you want. Blijven fietsen, blijven lachen. Die kiezer heeft gesproken, de vrije markt bepaalt.

Whatever you want. We zijn te onverschillig om in actie te komen. We graven ons in in ons eigen gelijk. Posten het op online meningenmolens, dansen naar de pijpen van adverteerders en aandeelhouders, accepteren de voorwaarden zonder ze te lezen. Nooit eerder las ik zoveel nieuwsberichten en zat ik zoveel op mijn telefoon als de afgelopen anderhalf jaar. Ik zag een kabinet fuckup na fuckup maken en mijn onmacht maakte plaats voor boosheid. In plaats van me bij een van de twee kampen in mijn tijdlijn te scharen probeerde ik niets te posten, maar te schrijven. Werd ik alleen maar bozer van! En dat is helemaal niet het verhaal dat ik de wereld in wil slingeren. Jawel, het lucht op. Maar ik zou de gemiddelde Top 2000-luisteraar bij dezen willen wijzen op regel zes van Whatever you want willen wijzen: Whatever you need. Die twee zijn niet perse gelijk aan elkaar. We richten de pijlen op elkaar in plaats van naar de horizon. Het is er de zittende macht aan gelegen de status quo niet te doorbreken.

Ook Lancaster had Status Quo willen beschermen. In 1985 verliet hij de band. Via de rechter probeerde hij tevergeefs te voorkomen dat de rest onder dezelfde naam doorging. Later zou hij stellen dat het cocaïnegebruik van zijn bandmaatje Rossi tot de breuk leidde. “Dat was toen een plaag in de muziekwereld”, vertelde hij. “Je voelt je er superieur aan anderen door”. Jaren later kwam de band weer bijeen. De band tussen beiden bleek sterker dan de verslaving die hen uit elkaar dreef.

Ik zou in de stroeve formatie graag een van de laatste stuiptrekkingen van de status quo zien, Lancasters dood als een statement. De afgelopen anderhalf jaar waren het onverschilligheid en boosheid die een podium kregen. Nu wij elkaar weer ontmoeten, nemen de verhalen weer hun plaats op dat podium in. In theaters, in de klassen, op terrassen, op het veld. Ik proef de behoefte aan minder de markt en weer plaats voor de mensen. Da’s een lange weg, maar het begint zoals altijd met een gesprek, een ontmoeting. Met elkaar eens de vraag stellen: wat kan ik voor je doen? En dat we daarna ongeacht het antwoord durven zeggen:  whatever you want.